Web 2.0

Web 1.0
Web 2.0 verwijst naar de tweede fase. Dit impliceert dat er ook een eerste fase was. Dit is de periode waarin het Web zijn bekendheid verkreeg en steeds meer thuisgebruikers (en consumenten) aansluiting vonden. In deze fase kende men een economische euforie, met name door het grote aantal nieuwe zogenaamde dotcombedrijven. Ook de term 'nieuwe economie' werd in die tijd veel gebruikt. Over het algemeen beschouwt men het knappen van de internetbel omstreeks 2001 als het einde van de eerste fase.

Techniek en sites
Die interactieve applicaties worden vaak ontworpen met AJAX die gebruik maakt van de volgende technieken namelijk XHTML, CSS, het Document Object Model(DOM), XML, XSLT en JavaScript XmlHttpRequest. De afkorting van AJAX staat voor Asynchronous Javascript and XML. Het geeft gebruikers min of meer het gevoel dat ze met een desktop-applicatie bezig zijn. AJAX communiceert met de server, die een scripttaal als PHP, ASP, JSP, ColdFusion of Ruby geïnstalleerd heeft. Als de server dan een antwoord stuurt, dat zowel in XML als in HTML kan zijn, wordt een gedeelte van de pagina aangepast door middel van JavaScript. Een van de eerste websites die gebruik maakte van AJAX en wordt gezien als een als een typische Web 2.0 website is Google's Gmail.

Andere concepten en technologieën die geassocieerd worden met Web 2.0 zijn o.a. weblogs, wiki's, podcasts, RSS-feeds, webvideo en webservices met open API's. Veel Web 2.0 websites worden continu uitgebreid en raken daarom nooit verder dan de ontwikkelingsfase (bètaversie). Andere voorbeelden van sites die op het Web 2.0 principe gebaseerd zijn: Flickr, Netvibes, YouTube, Orkut, MySpace, Last.fm, Delicious, Digg, Pandora en Wikipedia. Een Nederlands Web 2.0-voorbeeld is Hyves.

Sociale implicaties
Doordat het web 2.0 online applicaties biedt, waar meerdere mensen tegelijkertijd aan kunnen werken, heeft het nieuwe mogelijkheden geschapen voor online samenwerking. Crowdsourcing en collective intelligence zijn termen die hiermee samenhangen. Een wiki, zoals Wikipedia, is een voorbeeld van een dergelijke online applicatie waar een groot aantal mensen samen aan een product werken.

Identity 2.0
Door toename van het aantal interactieve sites, blijkt het aanmelden voor sommige eindgebruikers een knelpunt te worden. Overal een aparte digitale identiteit bijhouden wordt door sommige gebruikers als onpraktisch ervaren. Identity 2.0 poogt hierbij te helpen door middels een enkele log-in de gebruiker toe te staan op meerdere gekoppelde websites tegelijk in te loggen. Tegenstanders waarschuwen voor de gevaren van het onderbrengen van (toegang tot) al deze gegevens bij een enkele partij. OpenID en Windows CardSpace zijn voorbeelden van dergelijke diensten.

Grafische elementen
De veelvoorkomende stijl van de huidige Web 2.0 interface. Afgeronde hoeken, glazige buttons, en de 'natte vloer' effecten.
Naast de technische vernieuwingen wordt Web 2.0 vaak ook in verband gebracht met een bepaalde visuele stijl. Er moet echter rekening mee worden gehouden dat grafische elementen geen integraal deel uitmaken van Web 2.0, noch vasthangen aan de evolutie die Web 2.0 eigenlijk is. Grafische tendensen doen zich volledig los van technische, sociologische en marketinggerichte evoluties voor. Daar waar de evolutie naar technieken als AJAX, gebruikersgegenereerde inhoud en een verhoogde semantiek nog lange tijd zullen bestaan, omdat ze een echte (r)evolutie betekend hebben, zal de grafische schil die de technologie toegankelijk maakt volledig onafhankelijk hiervan veranderen. Visuele elementen die vaak terugkomen in Web 2.0-sites zijn onder meer:
  • Kleurverlopen (gradients)
  • Ronde hoeken
  • Achtergronden met diagonale arceringen
  • Een 'natte vloer'-effect
  • Grote lettertypes
  • Een 'supermarktsticker', vaak met een kreet zoals 'beta'